
Gemeenten aan de slag met de binnenstad
‘Steeds meer gemeenten maken met winkeliers, horeca, de vastgoedsector, provincie en de landelijke overheid serieuze plannen om het centrum weer leefbaar, gezellig en mooi te maken.’ vertelt de NOS ons vandaag. Men doelt op het wegwerken van de enorme leegstand die is ontstaan tijdens de economische crisis. Leegstand wordt in Nederland nog steeds gezien als iets negatiefs. Waar panden leeg staan gaat het goed mis. Maar hoe erg is leegstand eigenlijk? Ik heb onderzoek gedaan naar de beleving van leegstand in Drenthe – en wat blijkt? Zelfs in Drentse dorpen waar er gemiddeld genomen veel panden leeg staan, is men zich er niet eens van bewust. ‘Leegstand, welke leegstand?’ kreeg ik vaak te horen.
Natuurlijk besef ik dat een binnenstad met veel leegstaande panden minder aantrekkelijk is dan een goed gevuld centrum. Waar pop-up stores tijdelijk uitkomst kunnen bieden, wordt er toch gezocht naar meer duurzame oplossingen. Zelf heb ik me wel eens afgevraagd waarom we niet beter onze best doen om startende ondernemers een kans te geven. In de eerste plaats door de huren van winkelpanden betaalbaar te maken, in de tweede plaats door ondernemers de kans te geven het best passende pand te vinden voor hun business. De ene zaak is immers de andere niet.
Hoe? Dat is het beste te illustreren met een voorbeeld. Stel, een centrum (A-locatie) heeft acht leegstaande panden. Zet de eigenaren van deze panden om tafel en start met een standaard huurprijs (ongeacht de oppervlakte van het pand). Startende winkeliers kunnen vervolgens drie maanden één van de panden huren. Na drie maanden begint de grote verhuizing en wisselen de winkeliers van pand. Als het bevalt, krijgt de zittende huurder de kans om het pand voor een langere tijd te huren, voor een nader te bepalen (betaalbare!) huurprijs. De ‘stoelendans’ gaat door tot het moment dat elke ondernemer zijn perfecte pand gevonden heeft. Er zijn wel wat hobbels te nemen: zo moeten de vastgoedeigenaren het eens worden over de uniforme huurprijs binnen het project en moeten starters aangemoedigd worden om toch die lang gekoesterde droom in vervulling te laten gaan; het starten van een eigen winkel.
Ook het creëren van een compacte binnenstad is populair. Marijke van Hees (voorzitter Retailagenda) geeft aan dat deze oplossing veel geld kost. En wat nou als de binnenstad nou eenmaal niet zo compact is? Veengebieden kennen bijvoorbeeld een langgerekte structuur. Het valt niet mee om zulke steden compact te maken. Daarnaast kan digitalisering een rol spelen in het behoud van winkels, als men naast de fysieke winkel ook een webshop opent. Zo’n webshop moet dan wel ten dienste van de winkel worden ingezet, anders vervangt het één het ander en verdwijnt de echte winkel alsnog.
Ik pleit voor meer diversiteit in de binnenstad – winkelen, horeca, wonen én werken mogen best samengaan. Het belangrijkste is dat er iets te beleven valt. Als we er in slagen om van het centrum een feestje te maken, zullen de bezoekers wel blijven komen.
Published by:
