Aardgasvrij leven: een kwestie van kunnen, willen en moeten

Kabeltje kabeltje in ‘t zand, wie heeft het snelste internet van heel het land?

Precies een maand geleden ben ik gestart als ‘breedbandonderzoeker’ aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen. Met een team bestaande uit vier personen bestuderen wij telefoonkabels, coax-aansluitingen en glasvezelnetwerken. Of eigenlijk: breedbandprojecten in de buitengebieden van Nederland. Dat zijn er nogal wat. Rijd maar eens een rondje door de noordelijke provincies en je zult struikelen over de promotieborden. Aan de marketing zal het niet liggen.

In de grotere woonkernen wordt glasvezel kosteloos door marktpartijen aangelegd. Hier zijn immers veel huishoudens aanwezig die een potentieel glasvezelabonnement kunnen afnemen. De buitengebieden zijn daarentegen minder interessant voor de markt: vele meters kabel (en daarmee veel graafwerkzaamheden en hoge kosten) voor relatief weinig aansluitingen. Hier moeten bewoners het dus zelf oplossen en dit gebeurt dikwijls door het oprichten van een coöperatie. De coöperatie wordt mede-eigenaar van het toekomstige glasvezelnetwerk, overheden en marktpartijen financieren mee. Zo’n netwerk komt alleen van de grond (of eigenlijk in de grond) bij genoeg deelnemers: anders is glasvezel in het buitengebied nog steeds niet rendabel te maken.


De minimale deelname (vraagbundeling) dient gemiddeld genomen zo’n 60% te bedragen. Dit blijkt voor veel initiatieven een lastige opgave te zijn. Overtuig als initiatiefnemer al deze bewoners maar eens van het feit dat snel internet belangrijk is voor de toekomst van de regio. Demografische trends zoals vergrijzing en ontgroening (gemiddeld genomen minder gebruik van internet door ouderen) helpen niet mee. De eigen bijdrage (die zomaar 2.500 euro per huishouden kan bedragen) wordt ook vaak als een drempel ervaren. Daarbij is de ‘ervaren snelheid’ niet overal dramatisch slecht. Mailen en Facebooken lukt over het algemeen wel aardig en anders gebruiken we het 4G netwerk op de telefoon.


Maar wat nou als we kijken buiten het recreatieve gebruik om? Leuk, die YouTube-filmpjes, Social Media en krantenwebsites, maar wat doen we over tien jaar met internet? Nu al zijn er appjes waarmee je foto’s kunt sturen naar je huisarts. Wordt e-health de toekomst? En neem dan ‘het nieuwe werken’: werken waar je wilt, wanneer je wilt. Zitten we over 20 jaar onze vrij-mi-bo (vrijdagmiddagborrel) uit op onze bank, via Skype? Zover zal het wellicht niet komen, mensen blijven sociale wezens. Wat we wel kunnen vaststellen is dat we niet weten hoe het internetgebruik zich in de toekomst zal ontwikkelen. Better be prepared?


Het succes van glasvezelinitiatieven is moeilijk te voorspellen. Of de vraagbundeling wordt gehaald, is sterk afhankelijk van regionale kenmerken. Initiatiefnemers (coöperaties) moeten in staat zijn het vertrouwen van hun achterban te winnen. De aanwezigheid van een regionale kabelmaatschappij beïnvloedt tevens de kans van slagen, net als de bereidheid van overheden of organisaties zoals het CIF (Communication Infrastructure Fund) om geld te investeren en ‘de boel op gang te helpen’. Het lijkt er op dat één succesformule voor het realiseren van glasvezel in de buitengebieden niet bestaat.

Published by: